Reactie op stem

Reactie spel met de stem, eventueel op verschillende manieren, als startschot.

Min 2 / max < kinderen
Leeftijd vanaf 6 jaar
Duur 5 tot 10 minuten

Spullen:
– Eventueel pionnen om een denkbeeldige lijn te maken en / of om eindpunt van de sprint aan te geven
– Eventueel matten, horden en/of dozen

Doel \ Regels: Afhankelijk van het aantal kinderen maak je één of meerdere groepen van minimaal twee kinderen. Het maximum is het aantal kinderen dat past in de breedte van de gehele sprintbaan.

Doel: De kinderen gaan per groep klaar staan bij de startlijn in schredestand. Zodra de trainer “Ja!” zegt sprinten de kinderen weg (tussen de 10 en 20 meter). Eventueel is er een finishlijn (een lijn op de baan of een lijn aangegeven met twee pionnen).

Let op: Zorg dat kinderen elkaar niet omver lopen en gaan duwen.

1. Verander de uitgangspositie: er zijn vele uitgangsposities te verzinnen van waaruit de kinderen kunnen starten: schredestand met andere been voor, twee benen naast elkaar, één of tee hand(en) aan de grond, buiklig, ruglig, handen en voeten stand, etc. Kinderen kunnen ook met de rug naar de looprichting worden geplaatst, zodat zij een draai moeten maken.
2. Verander het startwoord: gebruik andere woorden. Alles kan. Doel is dat de kinderen reageren op het startschot en niet op het woord zelf.
3. Voor-, achter- of achteruit lopen: ipv op de plaats kunnen de kinderen ook voor-, achter- of achteruit lopen. Zodra de trainer wat roept lopen de kinderen weg.
4. Gebruik een dynamische uitgangspositie: ipv in een starthouding kunnen de kinderen ook een dynamische vorm uitvoeren, zoals skipping of hakkenbil, en dan van daaruit starten.
5. Variatie op 4: ipv dynamisch op de plaats kunnen de kinderen ook vooruit, achteruit of achterstevoren de oefening uitvoeren, waarbij ze dus in sommige gevallen ook een draai moeten maken.
6. Plaats een hindernis: in combinatie met het spel en de variaties kunnen er ook nog hindernissen worden toegevoegd. Kinderen kunnen bij de start eerst over een horde, doos of mat moeten springen alvorens zij weg kunnen rennen.
7. Variatie op 6: Plaats verschillende hindernissen en/of plaats de hindernissen op verschillende plaatsen en/of hoogtes. Laat de kinderen elke keer op een andere baan starten, zodat ze verschillende hindernissen moet nemen

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *